Dementie

Dementie in Beweging                                                               

Bewegen; het zou een belangrijk onderdeel moeten zijn van ons leven. Helaas is dit niet het geval voor mensen in een verpleeghuis. Slechts 4% van de somatische cliënten beweegt dagelijks 15 tot 20 minuten matig intensief verspreid over de dag. Bij mensen met dementie ligt dit aantal waarschijnlijk nog lager. Ondanks dit lage aantal, groeit de laatste jaren het bewijs dat bewegen een positieve invloed heeft op het lichamelijk- en geestelijk functioneren van mensen met dementie. 

Zorggroep Solis gaat hier mee aan de slag. Samen met VU Amsterdam en Saxion Hogeschool is Solis het programma Dementie in Beweging gestart waarbij gemeten wordt of beweging een positieve invloed heeft op mensen met dementie op de pg-afdelingen

Het onderzoek

Het komende jaar worden er vijf metingen bij bewoners van de vijf pg-afdelingen in PW Janssen en Groote & Voorster afgenomen om informatie te verzamelen. Bewoners (waarvan de 1e contactpersoon toestemming heeft gegeven) worden iedere drie maanden gevraagd drie korte testen uit te voeren en vragen te beantwoorden. Onze medewerkers en de 1e contactpersonen vullen in die periode vragenlijsten in over de bewoners. We verzamelen onder andere informatie over de fitheid, kwaliteit van leven, depressiviteit en het mentale vermogen van de deelnemende bewoners. 

Controle- en interventiegroep

De pg-afdelingen zijn verdeeld in een ‘interventiegroep’ en een ‘controlegroep’. Bij de interventiegroepen (PW Janssen) zijn de medewerkers getraind in het toepassen van bewegingsgerichte zorg in de dagelijkse praktijk. Het is daarbij belangrijk om aan te sluiten bij de wensen en mogelijkheden van de cliënt. 
Bij de controlegroepen (Groote & Voorster) blijft de zorgverlening hetzelfde. Dit is belangrijk omdat we zo kunnen bekijken of meer beweging inderdaad iets oplevert voor de bewoners.

Angèle Jonker

De training is gegeven door Angèle Jonker, expert op het gebied van het behouden van regie en ervaringsdeskundige doordat ze zelf een woonboerderij runt voor mensen met dementie. Met haar enthousiasme en kennis weet ze het personeel medewerkers te motiveren en te stimuleren. Bewegingsgerichte zorg kan varieren van zelf opstaan tot fietsen op de duofiets of het maken van een wandeling. Ook zelf koffie inschenken, het eigen haar kammen of zelf het brood smeren zijn voorbeelden. Het is belangrijk om aan te sluiten bij de wensen en mogelijkheden van de cliënt. Tijdens de training krijgen medewerkers handvatten om bewoners te stimuleren meer te bewegen. 
Alle begin is moeilijk en niet iedere poging tot meer bewegen slaagt: ‘Mevrouw zegt wel dat ze iets wil doen, maar als ik het dan met haar wil gaan doen dan wil ze niet.’ Volgens Angèle een typisch voorbeeld waarbij nog gewerkt moet worden aan het vertrouwen en het vinden van de juiste benadering. Gelukkig leveren de eerste pogingen ook positieve resultaten op: ‘Het is gelukt om een stukje te lopen met iemand die al een tijd niet meer uit de rolstoel is gekomen!’ of ‘We lieten een paar bewoners zelf hun eten opscheppen. Het ging best goed en ze hielpen elkaar zelfs. Alleen het snijden van het vlees lukte niet. Dat hebben wij toen gedaan.’ Deze kleine successen hebben we nodig. Begin met kleine, laagdrempelige en haalbare doelen om gemotiveerd te blijven en teleurstellingen te voorkomen.

De metingen

De 0-meting
Een 0-meting geeft geen echte resultaten maar geven een beschrijving van de startsituatie. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers is rond de 85 en 86 jaar. In de interventiegroep doen bij aanvang 42 bewoners mee en in de controlegroep 27. Er doen in totaal 53 vrouwen mee en 16 mannen (8 in beide groepen). De meest voorkomende vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer. De bewoners zijn ernstig dementerend en ernstig hulpbehoevend. Dat is op te maken uit de redelijk lage scores op de twee cognitieve testen en een vragenlijst over hoeveel de bewoners zelf nog kunnen. Ook hebben de deelnemers moeite met lopen en is de loopsnelheid laag waardoor er een verhoogd risico is op vallen.
De kwaliteit van leven van de bewoners is redelijk. Wel scoren de deelnemers hoog op apathie (een gebrek aan emotie, motivatie en enthousiasme), een bekend verschijnsel dat samengaat met dementie. Er is sprake van lichte depressiviteit in beide groepen.
Op bijna alle testen en vragenlijsten scoren beide groepen ongeveer gelijk, met uitzondering van de 2 minuten looptest en de mate van depressie. In de controlegroep leggen de bewoners een grotere afstand af in twee minuten en scoren ze hoger op depressiviteit.

Ervaringen na twee metingen 
Van 30 personeelsleden van PW Janssen en 19 mantelzorgers zijn de meningen over de bewegingsgerichte zorg ingezameld. 
Het personeel van PW Janssen is enthousiast over de bewegingsgerichte zorg. Er zijn nieuwe activiteiten bedacht die bewoners kunnen uitvoeren. Zo wordt er nu geholpen in de keuken en worden tafels gedekt en afgeruimd. “Voorheen deden we het zelf omdat we graag voor de bewoners zorgen en we dachten zo sneller klaar te zijn. Nu de bewoners helpen kunnen we in die tijd andere dingen doen. Natuurlijk gaat het niet altijd goed waardoor het soms ook wat meer tijd kost, maar op deze manier geven we de bewoner meer regie,” laat een medewerker weten. Ook het merendeel van de mantelzorgers geeft aan tevreden te zijn over de bewegingsgerichte zorg.
Ondanks dat er nog maar drie maanden met de bewegingsgerichte zorg wordt gewerkt, ervaart een groot deel van de medewerkers al positieve effecten. “Een bewoner is nu aan het afwassen. Dat durfde ze eerst niet”, merkt een medewerker op. Een andere medewerker zegt: “Ik zie dat een bewoner zich nuttiger voelt nu ze een taak heeft gekregen.” Ook de bewoners pakken hun kansen. “Ik smeer zelf mijn boterham”, zegt een bewoner die het enige tijd geleden toch wel fijn vond dat de boterham gesmeerd werd. 
Helaas zijn de mantelzorgers minder positief over de effecten. Het grootste gedeelte van de respondenten geeft aan geen verschil te merken. Een opvallend verschil. De komende tijd wordt bekeken of achterhaald kan worden waar dit verschil vandaan komt.