Telefoonnummer Solis(0570) 698 298

Omgaan met dementie - het onbegrijpelijke begrijpen

Woensdag 30 mei
Omgaan met dementie - het onbegrijpelijke begrijpen

Wie voor het eerst de dementieafdeling van een verpleeghuis binnenloopt, stapt in een ruimte, die confronterend kan zijn. Een woonomgeving voor ouderen, ooit in de bloei van hun leven, maar nu teruggetrokken, veel in bed, verdrietig, dan weer blij of juist erg boos. Mensen die een wereld verschillen met wie ze vroeger waren, door alle gedragsveranderingen, die gepaard gaan met gevorderde dementie. Als afdelingshoofd psychogeriatrie weet Marja Jager Lankhorst daar alles van. De verdrietige, maar ook de mooie momenten. Zij neemt ons mee in haar werk met de bewoners van haar afdeling en hun naasten, op wie de ziekte evengoed een enorme impact heeft.

Marja werkt al 43 jaar in de zorg. In haar carrière heeft ze gewerkt met veel verschillende doelgroepen. “Maar wel altijd met ouderen”, vertelt ze. “Mensen met veel levenservaring en veel wijsheid in pacht, om daarmee te mogen werken, dat vind ik het mooist.” Hoe mooi haar werk ook is, beladen is het ook. Zeker nu Marja werkzaam is op een afdeling psychogeriatrie, waar ze nu 2,5 jaar leidinggevende is. Hier wordt in verpleeghuissetting zorg verleend aan ouderen in een gevorderd stadium van dementie: een ingrijpende hersenaandoening, waar iemand niet alleen vergeetachtig van wordt, maar uiteindelijk ook een compleet ander mens. “Dat is voor familie heel moeilijk”, vertelt Marja. “Zij zijn soms getuige van hoe hun partner of familielid vervelende opmerkingen maakt of boos wordt. Dat is voor hen erg lastig, omdat diegene nooit zo geweest is. Het is voor hen onbegrijpelijk gedrag. Dat toch altijd een achterliggende boodschap heeft.”

De klacht achter het gedrag

Het onbegrepen gedrag, of ‘probleemgedrag’ van iemand met dementie verschilt per persoon en kan zich uiten in bijvoorbeeld roepen, dwalen, agressie of angst. “Simpele dingen, die we vaak niet begrijpen, maar waarmee iemand wél iets duidelijk probeert te maken”, vult Marja aan. “Iemand met dementie is niet meer in staat om zijn of haar behoefte kenbaar te maken. Heeft iemand honger, dan kan diegene gaan lopen of trekken aan spullen. Geef je diegene een boterham of schaaltje vla, dan zie je de ontspanning weer terugkomen. Het is soms heel simpel, als je maar in staat bent om een bewoner te ‘lezen’, net zoals een moeder in staat is te ‘lezen’ dat er iets mis is met haar kind, die evengoed niet kan aangeven wat er scheelt. Wat ik mooi vind, is dat we ons bij Solis hebben gespecialiseerd in het achterhalen van de oorzaak van het onbegrepen gedrag van bewoners.”

Die oorzaak is soms eenvoudig, maar lang niet altijd, en vaak pas duidelijk na observaties met meerdere deskundigen en intensieve gesprekken met de familie. Marja: “Wat daar enorm belangrijk bij is, is dat we kijken naar de achtergrond van de persoon en leren over zijn geschiedenis. Zo hadden we ooit een Indische meneer op de afdeling, die per se op de grond wilde slapen. Het is onze taak om uit te zoeken waarom. Uit gesprekken met de familie bleek dat deze meneer dat als kind gewend was, omdat dit in zijn cultuur gebruikelijk was. Vervolgens zorgden wij ervoor dat het voor deze meneer mogelijk was om op de grond te slapen door enkele maatregelen te treffen, zoals het afschermen van de kachel en iets zachts om op te liggen. Dit gaf deze meneer een gevoel van rust en veiligheid, ook al heeft hij jarenlang, net als iedereen, gewoon in een bed geslapen. Het is niet ongebruikelijk dat mensen met dementie houvast gaan zoeken in het verleden en daarom is het belangrijk dat we de geschiedenis kennen van zo’n persoon. Daarvoor zijn we enorm afhankelijk van de familie en willen we de zorg heel graag samen met hen delen en doen.”

Loslaten

Ook na opname blijft de familie dus een belangrijke rol spelen in de zorgverlening. Gezamenlijk wordt gekeken naar wat voor zorg passend is, wordt er wederzijds aangevuld en rekening gehouden met alle mogelijkheden. “Maar het is ook belangrijk dat de familie veel rust neemt”, benadrukt Marja. “Voordat hun partner of familielid bij ons terecht komt, hebben zij al een heel intensief traject doorlopen vol spanning en verdriet. Zodra het thuis niet meer gaat en men hier komt, dan treffen we de familie vaak oververmoeid, overbelast en opgebrand. Dan komen ze hier ook nog eens terecht in een omgeving, die confronterend kan zijn, waardoor er schuldgevoel kan opspelen. Of angst dat hun partner of familielid net zo wordt als een aantal anderen op de afdeling. Daarom is het voor hen goed om eerst wat afstand te nemen. Uiteindelijk zien we dan dat de familie weer wat rust krijgt. Het zal niet meer worden wat het was, maar wat er op dat moment is overgebleven. We maken ze heel duidelijk dat dat normaal is en dat ze niet de enige zijn.”

Voor de naasten kan er dus een hele last van de schouders afvallen, zodra hun partner of familielid onder de zorg komt te staan van Marja en haar collega’s. Maar het ziekteverloop van hun geliefde blijft voor hen een serieus rouwproces. “Voor de familie is het erg naar om te zien dat hun geliefde verdriet heeft, of boos is. Maar ze vinden het net zo vervelend als ze zien dat hun geliefde ons onheus bejegent, wat kan zorgen voor onbegrip of ertoe leidt dat de familie zich terugtrekt. Het is voor hen belangrijk dat zij het probleemgedrag van hun geliefde los gaan zien van de persoon. De ziekte maakt het gedrag, maar dat is soms lastig om te beseffen. Daarom zorgen we ervoor dat de familie de juiste begeleiding krijgt, als we zien dat het hen te veel wordt. We kunnen ze in contact brengen met een maatschappelijk werker, die ze kan bijpraten over de ziekte en ze de informatie kan geven, die vaak ontbreekt. We kunnen ze ook doorverwijzen naar een psycholoog, als dat nodig is.”

Omgaan met dementie

Het onbegrepen gedrag van iemand met dementie lokt vaak de verkeerde reacties uit bij de directe omgeving, omdat men er geen ervaring mee heeft. Marja: “Als iemand boos wordt en met spullen begint te gooien, dan horen we wel van familie dat ze geneigd waren om iemand bij de arm pak te pakken. Dat moet je juist niet doen, want dat werkt averechts. Het is goed om je dan even terug te trekken. Geef iemand de ruimte, laat hem even uitrazen. Als je dan vijf minuten later terugkomt, dan zal je merken dat er een ingang is en kunt achterhalen wat er scheelt. Bij Solis hebben we deskundigen in dienst, gespecialiseerd in onbegrepen gedrag. In gesprek met de juiste specialisten bespreken we wat er gebeurd is, wat eraan voorafging, hoe we reageerden en wat daarvan het effect is. Daarmee hebben we veel deskundigheid opgebouwd, waarmee we met minder of zelfs zonder medicatie, toch heel veel comfort kunnen bieden en de juiste zorg kunnen verlenen.”

Medicatie is dus nooit het uitgangspunt. Wel het comfort en het welzijn van de bewoners. Marja: “We proberen een veilige woonomgeving te creëren en wat we vaak terugkrijgen van familie, is dat ze ontroerd zijn door de liefde waarmee we dat doen. Je hebt voor dit werk heel veel empathie nodig. Het echte contact maak je niet door te vragen hoe het gaat, maar door naast iemand te zitten, mee te leven en een arm om iemand heen te slaan. Door iemand de ruimte te gunnen om, zoals wij dat zeggen, zijn emmertje even te legen. Natuurlijk zijn er vervelende situaties, maar ook heel veel mooie momenten, waarop we veel dankbaarheid terugkrijgen. Bewoners kunnen tijdens het ontvangen van zorg niet meewerken en boos zijn, maar als dat klaar is, dan krijgen we een knuffel. Dat is de kers op de taart. De zorg wordt vaak negatief in het nieuws gebracht, maar wij ervaren juist veel warme en liefdevolle momenten. Daardoor voelen collega’s en ik mij een prettiger mens. En dat is onbetaalbaar.”

Deel dit nieuwsbericht: