Telefoonnummer Solis(0570) 698 298

Revalidatie bij ouderen met hart- en vaatziekten is noodzakelijk

Dinsdag 29 januari
Revalidatie bij ouderen met hart- en vaatziekten is noodzakelijk

In Nederland kampen zo’n 1,4 miljoen mensen met hart- en vaatziekten (bron: Hartstichting). Omdat dergelijke ziekten sterk leeftijdsgerelateerd zijn, hebben vooral ouderen ermee te maken. Naar verwachting zal dit aantal de komende jaren toenemen, aangezien we steeds ouder worden. Daardoor groeit ook de noodzaak aan goede revalidatieprogramma’s. Dat motiveerde Leonoor van Dam van Isselt, specialist ouderengeneeskunde bij Solis, om een revalidatieprogramma te ontwikkelen, speciaal voor ouderen met hart- en vaatziekten. In haar door Solis gefaciliteerde onderzoek ‘Geriatric rehabilitation in older patients with cardiovascular disease’ toont ze het belang ervan aan.

Hartfalen, vaatgerelateerde klachten, hartklepaandoeningen: het zijn voorbeelden van chronische klachten, die niet volledig te genezen zijn, maar met de juiste revalidatie wel kunnen verbeteren. Echter, omdat hart- en vaatziekten zich vaak pas op hoge leeftijd manifesteren, komen veel patiënten niet voor revalidatie in aanmerking. Leonoor. “Ouderen zijn kwetsbaarder dan andere patiënten. Zeker als ze, naast hun hart- of vaatklachten, ook met andere klachten te maken hebben, die van invloed zijn op het herstel. Deze patiënten zijn matig belastbaar met fysieke oefeningen; het is voor hen geen optie om zich drie keer in de week te melden op de revalidatieafdeling, waardoor ze vaak zonder revalidatie uit het ziekenhuis worden ontslagen. Met als mogelijk gevolg dat ze kort daarna verhuizen naar een verpleeghuis of worden heropgenomen, omdat het thuis niet gaat.”

Kwaliteit van leven

Om ook deze patiënten de juiste begeleiding te kunnen geven, hebben Leonoor en de cardiologen van Deventer Ziekenhuis een revalidatieprogramma ontwikkeld, specifiek voor deze patiëntengroep. Leonoor: “In de meeste andere revalidatietrajecten ligt de nadruk op fysieke training. In dit traject beoordelen we op patiëntniveau de belastbaarheid voor beweging en bepalen we met een multidisciplinair team van ergotherapeuten, fysiotherapeuten, diëtisten, psychologen en andere zorgverleners welke maatregelen daar een goede aanvulling op zijn. We richten ons dus niet alleen op training, maar ook op energiemanagement, voeding, houding, medicijngebruik, et cetera. Er is zelfs aandacht voor het sociaal-maatschappelijk welzijn. Zowel dat van de patiënten als dat van hun partners. Het is dus geen one-size-fits-all concept; we bekijken per patiënt wat zij nodig hebben om op een goede manier met hun aandoening om te gaan, met een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven.”

Aanzienlijke verbeteringen

Omdat het revalidatieprogramma is opgezet als reactie op het gebrek aan soortgelijke programma’s, is er weinig tot geen informatie beschikbaar over de haalbaarheid van een dergelijk revalidatietraject. Daarom heeft Leonoor hier onderzoek naar gedaan, in samenwerking met twee cardiologen en een hoogleraar van het Leids Universitair Medisch Centrum. Dit onderzoek past in de visie van Solis, dat als onderzoeksgegerichte organisatie veel waarde hecht aan het verbeteren van de ouderenzorg. Solis faciliteert en ondersteunt dit onderzoek, dat in Nederland nog niet eerder heeft plaatsgevonden, dan ook van harte. Leonoor: “We vonden het belangrijk te weten of het programma de juiste patiënten aantrekt, hoe zij het traject doorlopen en – het belangrijkste – of zij zich beter gaan voelen en naar huis kunnen. Daarom hebben we van alle patiënten die in de eerste anderhalf jaar zijn opgenomen – 58 in totaal – de spierkracht, de conditie, de kwaliteit van leven, de medicatie en andere relevante karakteristieken in kaart gebracht. Zowel voor als na de revalidatie. Hieruit bleek dat veel patiënten voor de revalidatie last hadden van vermoeidheid, een slechte conditie, een verminderde eetlust en al met al zeer hulpbehoevend waren. Na afloop van het traject bleken de conditie en de kwaliteit van leven aanzienlijk te zijn verbeterd. Ook bleken de patiënten een stuk zelfstandiger en veel beter in staat zich te redden met dagelijkse bezigheden als wassen en aankleden. Over de hele groep gezien liet 2/3 van de patiënten zeer goede uitslagen zien en kon maar liefst 80 procent na afloop van het traject weer naar huis, wat een mooi percentage is binnen de geriatrische revalidatie.

Wat ook sterk duidelijk werd, is dat veel patiënten na een hart-operatie last krijgen van een ontregelde stemming. Leonoor: “Bij velen heeft de ziekenhuisopname een dermate grote impact op het zelfvertrouwen, dat zij bovengemiddeld vaak te maken hebben met onzekerheid, somberheid of zelfs angstgevoelens. Zij zijn het vertrouwen in hun eigen lichaam volledig kwijt. Die conclusie heeft ertoe geleid dat we standaard een psycholoog betrekken bij de revalidatie van iedere patiënt. Niet pas als de patiënten erom vragen, omdat zij de psychische gevolgen misschien wel onderschatten. Uiteindelijk kan de psycholoog het best beoordelen wie wel en wie niet gebaat is bij mentale begeleiding.”

Conclusies en vervolgstappen

Uit het onderzoek valt te concluderen dat het revalidatieprogramma over het algemeen goed werkt. Leonoor: “We hebben aangetoond dat het programma leidt tot belangrijke, relevante verbeteringen, waar patiënten op de lange termijn iets aan hebben. Die informatie moet landelijk breder uitgerold worden, zodat deze vorm van revalidatie op grotere schaal kan worden ingezet. Daarnaast geven een aantal conclusies aanleiding tot vervolgonderzoek. Zo zien de cijfers er anders uit, als strikt gekeken wordt naar de groep patiënten met hartfalen. Bij iets meer dan de helft pakte de revalidatie goed uit, bij 20 procent redelijk, maar bij een groot deel van 25 procent niet. Bij deze mensen moeten we ons afvragen of revalidatie nog wel zin heeft. Zij zijn misschien meer gebaat bij begeleiding die richting de palliatieve zorg gaat, waarbij de focus ligt op het bieden van zoveel mogelijk comfort. Daar is extra onderzoek voor nodig. Daarnaast zouden we ook graag de effectiviteit van het revalidatieprogramma willen meten bij een controlegroep in een breder opgezet vervolgonderzoek op meerdere plekken in het land. Zodat we kunnen zeggen dat het programma naast haalbaar, ook evidence based is. Deze combinatie van zorg en onderzoek, dat is waar mijn passie ligt. Ik ben blij te werken in een organisatie, die dat net zo belangrijk vindt en bereid is om hierin te investeren.”

Deel dit nieuwsbericht: